We Need New Animals

Met hun eerste titelloze cd uit 1996 werd al duidelijk dat Die Anarchistische Abendunterhaltung een boeiende zoektocht had ingezet naar het opentrekken van muzikale grenzen die ze binnen hun klassieke, al te rechtlijnige opleiding niet naar believen konden aftasten. Die toch al succesvolle kruisbestuiving tussen verschillende genres wordt op de nieuwe cd ‘We Need New Animals nog doorgetrokken door elektrisch versterkte akoestische instrumenten, de input van een jazzdrummer en vreemde geluidseffecten. ‘Deze cd is ons echte debuut, we beschouwen het als een nieuw begin’, aldus cellist Simon Lenski.’ ‘De grenzen tussen pop en klassiek vervagen en wij willen daar een belangrijke rol in spelen.’

DAAU-FOTO-2

Een brede muzikale smaak

Het lijkt wel een slim uitgedokterd marketingplan van een jonge platenfirma met een visie. Vier jonge twintigers slaan een brug tussen klassieke muziek en pop en zien op hun concerten zowel ouders met kinderen, hippe dertigers als tieners opdagen. Vooral jonge popfans herkennen hetzelfde trance gevoel dat rock en dansmuziek vaak oproept, terwijl de iets oudere muziekliefhebber alleen maar respect kan hebben voor da opmerkelijke virtuositeit van Reel van Lamp (24, accordeon], Han Stubbe (22, klarinet) en, de gebroeders Lenski (Simon, 21, cello en Buni. 22, viool). Vreemd genoeg ontstond DAAU op een moment dat Roel een concert moest geven en enkele vrienden uitnodigde.

Een gezamenlijke passie om hun theoretische kennis op een onorthodoxe manier in de praktijk om te zetten en het verlangen om leeftijdsgenoten de rijkdom en onverwachte mogelijkheden van klassieke muziek te laten ontdekken, deden het kwartet vaste vorm krijgen. Han Stubbe: “We hadden zeker geen masterplan uitgedokterd of er bewust naar gestreefd heilige huisjes naar te halen. Wat we deden viel niet onder één noemer thuis te brengen, maar juist op die manier bereikten we een publiek met een zeer brede muzikale smaak.

 

we-need-new-animals-DAAU

 

Tone of voice We Need New Animals

Mensen hebben niet langer een gevoel dat ze naar blues, klassiek of jazz luisteren, op dat gegeven hebben we op ‘We Need New Animals’ nog verder uitgewerkt’. Een eclectische aanpak en een wonderlijk improvisatievermogen werden het ‘handelmerk’ van een groep die twee jaar geleden nog duidelijk op zoek was naar de juiste vorm voor heel wat inventieve ideeën. ‘Met onze instrumenten was het onmogelijk even hard te spelen als een doorsnee rockgroep, herinnert Roel zich. ‘We moesten op een of andere manier opvallen waardoor we sneller en krachtiger gingen spelen.

Aanvankelijk kozen we voor korte improvisaties en citeerden we ‘on passant’ zowel op The Beatles, Pachelbel als Vivaldi. Voor heel wat liefhebbers van klassieke muziek werden we op die manier een merkwaardig studieobject, maar de reacties waren en zijn overwegend positief. Het is net die wereld die wel een frisse wind kan gebruiken; het zijn eerder verstokte jazzpuristen die hun afkeer laten blijken. Het hoort blijkbaar niet om binnen klassieke muziek of jazz te improviseren. Wij werken ook niet met uitgeschreven partituren. Er staat wel altijd een blok vast waarrond we verder werken en improviseren, we vertrekken vanuit een simpel basisgegeven. Het uitschrijven van onze nummers zou meer tijd in beslag nemen dan het even in het geheugen op te slaan. Je kan makkelijk heel wat akkoorden na elkaar zetten en zo virtuoos mogelijk uit de hoek proberen te komen, maar zonder gevoel en af en toe een beetje verstand kom je toch niet tot het beste resultaat.’

 

Afspiegeling

Hun naam ontleedden ze aan ‘Steppenwolf’, het beroemde boek van Hermann Hesse. Mooi en poëtisch was de eerste cd. Het gaf aan hoe DAAU de muziek beleefde en nog steeds aanvoelt. De echte blikvanger wat echter het citaat van de Zwitsers-Duitse auteur Gertrud waarmee werd aangetoond wat er zich in de hoofden van het viertal moet hebben afgespeeld, voor er voor het eerst naar buiten werd getreden. ‘Ik kon deze muziek niet opschrijven, zij was mij zelf nog vreemd en haar grenzen mij onbekend, maar horen kan ik haar wel’, stond er te lezen.

‘Ik las dat citaat toen ik op vakantie was’, pikt Roel in. ‘Je hoort inderdaad bepaalde melodieën in je hoofd en het is vaak moeilijk om die daadwerkelijk in klank om te zetten. Wat er zich in je afspeelt, klinkt zeer direct en eerlijk maar hoe breng je dat oorspronkelijke geduld over naar je medemuzikanten of het publiek’

‘Eigenlijk is een plaat eerder een flauwe afspiegeling van wat je ooit in je hoofd hebt gehoord, gaat Han verder. ‘Je innerlijke gevoel zo goed mogelijk buiten brengen, dat is de essentie. Daarom zal je nooit twee dezelfde concerten van DAAU meemaken. We zijn geen machines die op automatische piloot kunnen spelen: als het niet goed gaat, voelen we ons bar slecht en dat is meteen te horen. Muziek draait om emoties en die kan je alleen maar brengen als je jezelf geeft zoals je je voelt.’ Op ‘We Need New Animals gaat DAAU heel wat verder dan op het debuut. Een eerste succesvolle zet was het aantrekken van de Engelse geluidsingenieur Phil Evans, die de opnames zou leiden en het geheel samen met de groep zou produceren.

 

DAAU, het echte debuut

Evans, een man die je eerder in de ‘dance scene’ zou situeren, moedigde de band aan te experimenteren met elektronische versterking en geluidseffecten. De zomer van 1997 stond volledig in het teken van en lange zoektocht naar de meest bizarre klankmogelijkheden. Nadien trok de groep met Evans naar het Spaanse La Coruña om er opnieuw akoestisch te repeteren. Het hoogtepunt vormde een liveconcert in de San Eduerdo-kerk waar de meeste stukken akoestisch werden opgenomen. Nadien werden zowel de experimentele als akoestische opnames samengebracht in een studio in Ronda, Malaga.

Een nummer als ‘Hot Shades geeft die aanpak mooi weer. Na een rustig, sober en louter akoestisch deel met het gekende repetitieve trancegevoel in de beste Nyman-traditie krijgen de instrumenten plots een vervormde klank tegen de aanstekelijke dancebeat van een jazzdrum, De impact van de nummers staat of valt met de uiteindelijk eindmix die door de Amerikaan Michael Brook is buiten de uitvinder van de ‘infinite guitar sound’ (een oneindige naklank van de noten] tevens een gerenommeerde producer die samenwerkte met onder andere David Sylvlan, Nusrat Fateh Ali Khan, Brian Eno, Khaled Youssou ‘N Dour. Aangetrokken daar de mix van akoestische en elektronische kleuren, de frisse ideeën en catchy melodieën liet hij de ritme-tracks in Los Angeles door jazz drummer Jason Lewis inspelen. Daarna reserveerde hij voor de uiteindelijke eindmix, samen met de groep enkele degen in Bath in de gekende Real World Studios von Peter Gabriel.

 

Een nieuw begin

We hebben echt sterk nagedacht over het geheel, maar we lieten ons evengoed leiden door toevallige tractoren. Flut contrast tussen hard en zacht moest op dit album nog meer uitgewerkt worden’, zegt Roel. ‘Luister bijvoorbeeld naar die opener ‘No Rule, een van de oudste nummers en een song die het tijdens concerten zeer goed doet. Het is een van onze meer droevige nummers maar naar het einde toe heb je een regelrechte climax waarin we zo luid mogelijk spelen en een soort verlossing of opluchting symboliseren.

‘Deze cd is een nieuw begin voor de groep, zowel live als in de studio. Door in Spanje op te nemen was het ook onvermijdelijk dat we het ook onvermijdelijk dat we door de flamencomuziek zouden beïnvloed worden; dat hoor je bijvoorbeeld in ‘Hot Shades.’ Buni is dan weer een echte reggaefreak en het leek ons een uitdaging om klassiek met reggae te laten versmelten op een nummer als ‘Oliphant of ‘Waltz Delire geschreven door gast gitarist David Bovéo met aanstekelijke Flamingo ritmes en gitaarpartijen.

Buni speelt als het ware reggaegitaar op zijn viool terwijl Simon al plukkend zware basnoten uit zijn cello haalt. We zochten echt naar contrasten, de wereld bestaat ook niet alleen uit mooie, aangename zaken. Vandaar dat je bij sommige nummers een inspanning moet leveren om opnieuw tot een soort helende schoonheid te komen. Iets kan nog mooier worden als het ooit lelijk is geweest.’

Afsluiter ‘Lost Souls,’ laat louter cello en accordeon spreken en is misschien wel de emotioneelste song van het album geworden. Voor de luisteraar is het opnieuw even wennen na de psychedelische op tempo gespeelde trance van ‘Lady Dolay’, maar net dat aftasten van verschillende invalshoeken maakt van ‘We Need New Animals’ zo’n boeiende plaat.

Voor het eerst word er ook zang een enkele nummers toegevoegd. An Pierié schittert op ‘Broken’ dat gegroeid is uit een improvisatie, opgenomen in de zomer van 1996, terwijl ‘Dip ’n Dodge’ door van Zap Mama gekende, Jamaicaanse Angélique Willkie lkte de juiste reggaetoets krijgt. Wie de nieuwe DAAU oplegt, hoort een ambitieus, risico nemend kwartet dat een gezonde dosis naïviteit koppelt aan een virtuoze beheersing van de instrumenten. Noem het originele popmuziek zonder aan klassieke opleiding te verloochenen, ‘We zijn net als een wagen die op hetzelfde moment vier verschillende richtingen wil uitgaan,’ zei Buni Lenski ooit over de groep. Laat het duidelijk zijn dat ze die zijwegen of alternatieve routes enthousiast verkend hebben. Maar momenteel wordt voor één hoofdweg gekozen, met op geregelde tijdstippen een stapje opzij, zoals dat dagen weliswaar in een heel andere context heet.

Door: DIRK FRYNS