Ronda – Geschiedenis van de Droomstad

Ronda – Geschiedenis van de Droomstad

De historische stad Ronda ligt op ongeveer anderhalf uur rijden van Málaga, hoofdstad van de gelijknamige provincie in Andalusië.

Acinipo01-763157Vondsten geven blijk van continue beschavingen in deze regio vanaf het Neolitisch tijdperk, maar de oorsprong van de stad gaat terug tot de Kelten die het Arunda noemden. Toen ook de Phoeniciërs in de streek aankwamen, stichtten zij dichtbij Ronda de Iberische nederzetting Acinipus (Ronda La Vieja). Ze hadden nauwelijks commerciële relaties met Ronda maar dankzij de geografische positie van Acinipo, tussen Málaga en Cádiz, ook kolonies van de Phoeniciërs, floreerde de handel met het binnenland.

De Grieken voeren naar het westelijk gedeelte van de Middellandse Zee en gingen de competitie aan met de Phoeniciërs. Ze omzeilden onze kuststreken en zochten naar binnenlandse routes voor hun handel. Met deze omwegen werd Arunda de basis voor de Grieken en zij noemden de stad Runda. Gedurende de overheersing van Carthago voorzagen de nederzettingen, bijna 3 eeuwen lang, hun legers van manschappen in de strijd tegen de Grieken en Romeinen.

In 206 v. Chr. werd Gaddir (Cádiz) ingenomen en na de verdrijving van de Carthagers domineerden de Romeinen de stammen in het binnenland. De gemeente Arunda werd administratief afhankelijk van het district van Hispalis (Sevilla). Hetzelfde gold voor Acinipus en beiden werden belangrijk met bepaalde voorrechten zoals het slaan van munten en niet lang daarna hadden haar iwoners hetzelfde recht als een inwoner van het keizerlijke Rome.

oudemunten-Acinipo

Oude munten, gevonden in de buurt van Acinipo

Unieke ligging van Ronda

De unieke positie van de stad Ronda en haar bevoorrechte positie op het kruispunt van de wegen vanuit Cádiz (via Zahara de la Sierra) en Gibraltar naar El Burgo en Iluro zorgde voor een intensief verkeer, waardoor cultuur en gewoonten van de Romeinen door de inheemse bewoners werden overgenomen.

Met de ondergang van het Romeinse Rijk begonnen de invasies van de Vandalen en later de Visigoten, die de nederzetting Acinipus in handen kregen en het volledig verwoestten. Dat is de reden dat de verdwenen stad Acinipus “Ronda la Vieja” (het oude Ronda) wordt genoemd. Met de ondergang van Acinipus, werd de Romeins-gotische stad Arunda het bolwerk en het verdedigingspunt van onze kust tegen de invallen van de Berbers of Moren.

minarete-SanSebastián

Minaret van San Sebastián

In 712 bereikte Generaal Musa Ben Nusayr het Spaanse schiereiland en in plaats van zich te vereenigen met zijn luitenant Tariq, die met z’n leger via Ecija en Córdoba, verder doorstootte tot Toledo, besloot hij de nog niet veroverde steden zoals Sevilla en Ronda in te nemen. De zoon van Ben Nusayr, Abd al-Aziz bouwt op de ruïnes van het verwoeste Runda de nieuwe stad die de naam Izna-Rand-Onda zou krijgen.

De Moren in Ronda

Gedurende de eerste jaren van de moslimoverheersing bestond de bevolking van Ronda en zijn omgeving vooral uit Noord-Afrikanen, berber stammen uit het Atlas-gebergte, gemengd met de autochtonen van Grieks-romaanse, Gotische en Hebreeuwse oorsprong. De etnische mengeling gaf aanleiding tot vele opstanden tegen het emiraat van Córdoba. In de jaren 1014-1016 kwam er dan een periode van relatieve rust in Ronda, dat ondertussen Madinat Runda werd genoemd, en werden nieuwe dorpen in de Serranía gesticht, belangrijke gebouwen geconstrueerd of verbeterd, zoals moskeën, paleizen en baden. Men versterkte de Stadsmuren en verdedigingswerken en men bouwde de hoofdpoort Almocábar in het zuidelijke gedeelte van de muur en de Poort van Xijara in het oostelijke gedeelte, die de buitenwijk verbond met de binnenstad.

poortvanXijara

De Reconquista

Rond 1295 vormden Ronda en zijn omgeving een belangrijke schakel in de tijd van de Reconquista. Het bezit van een onneembaar fort op de grens van de christelijke koninkrijken in het dal van de Guadalquivir, de Nasriden in Granada en de Mariniden in het noorden van Afrika gaf aanleiding tot talrijke gevechten. De inname van Algeciras door Alfons XI in 1344 betekende het einde van de Mariniden in Andalusië en zorgde ervoor dat de stad Madinat Ronda een schaakstuk vormde in het spel van het bondgenootschap tussen het Nasridenrijk en Castilië. Gedurende de 15e eeuw nam de grandeur van de stad snel af door de aanvallen van de christenen en op 22 mei 1485 werd Ronda veroverd door koning Ferdinand de Katholieke.

De Stad Ronda

De stad wordt verdeeld in 5 wijken , genoemd naar hun kerken: Santa María de la Encarnación, Espíritu Santo, Santiago, San Juan Bautista, San Juan Evangelista en San Sebastián. De wetten voor het besturen van de stad en het garnizoen zijn dezelfde als voorgeschreven in Sevilla. Het wapen van de stad is ‘een gouden juk met zilveren touwen en een bundel zilveren pijlen op een rode achtergrond. Door de administratieve ongeregeldheden van de stad met een enorme belastingsverhoging op producten van eerste levensbehoefte bleven de bevoorraders buiten de poorten van de stad en vormen zich nieuwe wijken, zoals de tegenwoordige wijk San Francisco.

De Moriscos (tot het christendom bekeerde Mohammedaan) in de berggebieden van Ronda hadden een bloeiende handel en waren uitstekende ambachtslieden, maar werden verzocht om hun gebruiken en kleding af te zweren. Dat had nieuwe pogingen van opstanden en schermutselingen tot gevolg. De Hertog van Arcos werd naar Ronda gestuurd om orde op zaken te stellen en de moriscos werden na verloop van tijd dan ook definitief uit Ronda verbannen, rond 1609.

Het waren de 16e en 17e eeuw die de huidige structuur aan Ronda zouden geven. Het belangrijkste gedeelte, Madinat, werd nu “La Cuidad” (de stad) genoemd, de wijk Barrio Alto veranderde in Barrio del Espíritu Santo en de benendenwijk werd Barrio de San Miguel. De nieuwe wijken Mercadillo, waar winkels en herbergen werden gebouwd, en San Francisco werden het symbool van de ontwikkeling van een nieuwe maatschappij.

Stadspoort-FelipeV-Ronda

De stadspoort van Felipe V, met achteraan “el Mercadillo”

In de 18e eeuw verrijkte de stad zich door de schapenteelt, de nijverheid en de mijnbouw. Een grote opleving in de handel en een toename van de bevolking leidden niet enkel tot de bouw van kerken, kloosters en ziekenhuizen, maar ook tot de bouw van opmerkelijke gebouwen zoals de Plaza de Toros (arena), de Puente Nuevo (Nieuwe Brug) en de stadspoort Puerta de Felipe V, enz. De stedelijke en sociale ontwikkeling van de stad werd onderbroken door de komst van de Fransen, aangevoerd door Koning Josef Bonaparte. Manschappen uit Ronda voegden zich bij de legers van Sevilla en Granada en het Franse leger werd van de kaart geveegd bij Bailen op 22 juli 1808. In 1812 verlieten ze definitief de stad Ronda na het opblazen van de verdedigingswerken zoals de stadsmuren en het Alcázar, waardoor vele inwoners de bergen introkken en leefden als smokkelaars of ‘Bandoleros’ (Bandieten, rovers) tot het begin van de 20e eeuw.

PuenteNuevo-Ronda

De Nieuwe Brug, (Puente Nuevo)

De 20e eeuw is voor Ronda de eeuw van de toekomst en ontwikkeling, zo werd in 1919 in Ronda de basis gelegd voor het Andalusisme met het ontwerpen van het wapen van Andalusië en de vlag groen-wit-groen, maar bedoezeld door de Burgeroorlog volgden er opnieuw zware jaren. De positie van de stad, dicht bij het Spaanse pretectoraat in het noorden van Afrika, verwikkelde Ronda in de oorlogen van Marokko, uiteindelijk teniet gedaan door de dictatuur van Generaal Primo de Rivera. Politiek gezien heeft de stad meegedaan aan de meest belangrijke evenementen van Spanje in de 20e eeuw en beleefde tussen 1923 en 1930 een periode van democratie. De militaire opstand van 18 juli 1936 verbrak die democratische periode en bracht Generaal Franco aan de macht tot zijn dood op 20 november 1975.

De crisis van de jaren 50 heeft een enorme uittocht van de werkende klasse tot gevolg gehad. Ondanks de afname van de bevolking en de daarmee gerelateerde negatieve weerklank in de sociaal-economische ontwikkeling van de stad, is Ronda, in de laatste tientallen jaren uitgegroeid tot een toeristisch centrum voor buitenlanders, maar ook voor de omliggende dorpen van de Serranía, met een ontwikkeling waar zowel toerist als een Rondeño van profiteren.