Die anarchistische Abendunterhaltung

Die anarchistische Abendunterhaltung

De tijd dat je de sound van artiesten in één rake zin kon definiëren om hen dan in een wel afgelijnd vakje te stoppen is definitief voorbij. Sommigen vinden dat een betreurenswaardig fenomeen, want het was o zo gemakkelijk. Anderzijds, en dat is veel belangrijker, doorbreekt dat grensoverschrijdend en ecclectisch werken de zware sleur die het beluisteren van popmuziek dreigde te worden. In die drang naar vernieuwing wordt, onder het mom van originaliteit, evenwel ontzettend veel rommel op cd gekwakt, maar sommige groepen, zoals DAAU leveren dan weer de kwaliteitsinjecties die de moderne muziek absoluut nodig heeft.

Heel wat pop-, rock- en technogroepen proberen vandaag hun geluid te herbronnen met de inbreng van klassieke strijkers. Die anarchistische Abendunterhaltung werkt omgekeerd. Vanuit een compleet klassieke achtergrond gaan zij spelen met jazz, rock, dance en ethnische muziekjes. En het originele resultaat van die kruisbestuivingen lijkt tot ieders verbazing niet alleen een publiek van zogenaamde kenners aan te spreken, maar een generatie-overschrijdend breed publiek te kunnen bekoren.

Die anarchistische Abendunterhaltung

Die anarchistische Abendunterhaltung

Roel Van Camp (accordeon), Hans Strubbe (klarinet), Simon Lenski (cello) en Buni Lenski (viool) hebben allemaal een gedegen klassieke muziekopleiding achter de rug. Nog tijdens hun studies voelde het viertal de onweerstaanbare drang om uit de soms verstikkende klaslokalen te ontsnappen en hun muziek aan het echte leven te toetsen. Toen men ergens om een optreden verlegen zat, grepen de vier vrienden die kans en plotseling waren ze dus een band. Een band die nog om een naam verlegen zat, maar inspiratie vond bij het Duitse literatuurmonument Herman Hesse. Uit diens “Den Steppenwolf” kozen ze voor Die anarchistische Abendunterhaltung, een hoogst ongewone groepsnaam, voor een groep die ongebruikelijke muziek maakt.

Muziek die berust op zowel herhaling als improvisatie, die de grenzen tussen klassiek en pop doet vervagen wanneer zowel Pachelbel, Vivaldi als The Beatles opduiken. In die begindagen bespeelden ze hun klassiek instrumentarium zonder enige versterking, zodat ze om het gebrek aan live decibels te compenseren, noodgedwongen steeds sneller en geagiteerder gingen spelen. Dat werd bijna een handelsmerk, dat getuige de bijval voor hun eerste cd, een onverhoopt breed publiek aansprak, dat meer dan pap lustte van hun experimenten.

Echte debuut

Ondanks alle bijval is DAAU op die eerste cd nog duidelijk op zoek naar een eigen gezicht. Sinds de overstap naar major Sony en de cd “We Need New Animals” lijken ze dat gevonden te hebben. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ze nu van hun “eigenlijke debuut” gewagen. Met elektrisch versterkte instrumenten schijnt een nieuwe wereld yoor hen opengegaan, die nog meer geëxperimenteer toelaat. Meer emoties en een subtieler aanpak behoorden plots tot de mogelijkheden, die, door Phil Evans, een danceguru uit Liverpool, in goede banen werden geleid. “We Need New Animals” is een evenwichtig werkstuk geworden, met naast de gebruikelijke ingrediënten mix, zowel Noord-Afrikaanse Slavische invloeden en voor het eerst ook vocale bijdragen. Een indrukwekkende staalkaart van hun voorlopig onbegrensd lijkende mogelijkheden.

Frank Geens