De nieuwe tempel van Deus- Hotel Enfrente Arte

De nieuwe tempel van Deus

‘Ik hoop dat het publiek ons niet vergeten is, we zijn toch een tijdje van het toneel weggeweest’, zegt Tom Barman. Die vrees is ongegrond: de concerten van Deus op 1 en 2 april in de Brusseise Ancienne Belgique waren in een mum van tijd uitverkocht. De mediahype is groot, er be- staat blijkbaar zoiets als een ‘publiekshonger’ naar Deus-muziek. De gloednieuwe cd ‘The Ideal Crash’ is zonder twijfel het evenwichtigste werkstuk sinds het ontstaan van de groep geworden en ademt de ont- spannen maar intense sfeer van acht maanden schrijven en opnemen in Spanje uit. En zo is ook om Barman: relaxed maar intens.

Dirk FRYNS

Stel dat het allemaal niet zo vlotjes was verlopen, beginnen we, was er dan zoiets als een ‘ideal crash’ mogelijk geweest? Tom Barman vindt dat we het niet zo ver moeten gaan zoeken. ‘Eerst vonden we het geen goed idee om een songtitel als albumtitel te gebruiken, maar het nummer is zowel tekstueel als muzikaal representatief voor deze cd. Je kan er alle kanten mee uit en het beeid van een ideale ramp ligt me wel. Meer hoef ik er niet over te verteilen, laat de luisteraar zijn of haar associaties maar zelf bedenken.’

Opvallend is de keuze van producer David Bottrill, iemand die Peter Gabriels Real World Studios als zijn broekzak kent en vaak geassocieerd wordt met wereldmuziek. Zijn invloed op The Ideal Crash’ is merkelijk hoorbaar, zonder dat Deus tijdens de körnende tournee meteen met een aantal djembes over het podium gaat hossen.

Tom Barman: ‘We hebben producers van diverse komaf ontmoet, maar we kwamen na veel over-en-weer-gepraat tot de conclusie dat we niet echt iemand nodig hadden met een uitgesproken artistieke visie. Ik denk bijvoorbeeld aan een Daniel Lanois die duidelijk een Stempel drukt op wat hij doet. Wij zochten gewoon een goede vakman. Onze vorige albums misten wat ‘buik’ en de stemmen werden te veel naar de achtergrond gemixt. Ik pleit zelf ook schuldig, want we waren met de groep telkens bij de eindmix aanwezig. Maar nu was het tijd voor een stevige, heldere klank met een organisch tintje. Bottrill heeft met de meest uiteenlopende artiesten gewerkt, van Nusrat Fateh Ali Khan tot Tool, en dat lag ons wel. We hebben enkele try outs met hem gedaan en de man op de rooster gelegd, maar het klikte, zowel menselijk als muzikaal.’

The Ideal Crash’ lijkt me echt een ‘slow burner’, een cd die pas na diverse lulsterbeurten duidelijk maakt wat er allemaal gebeurt.

Tom Barman: ‘Helemaal akkoord. Ik ben echt trots op deze plaat. Ik wil weten wat mensen ervan vinden, hoeveel keer ze er naar luisteren en op welk moment ze de herkenningspunten in hun geest opslaan. Mijn favoriete albums zijn ook altijd platen geweest waar ik eerst mee geworsteld heb. Tijdens de opnames in Spanje heb ik bij- voorbeeld vaak naar Elliott Smith geluisterd, en eerst dacht ik met een soort Simon & Garfunkel- kloon te maken te hebben. Tot ik een week later opnieuw naar die plaöt pakte en finaal voor de bijl ging. Hetzelfde gevoel had ik met ‘OK Computer’ van Radiohead. Maar het feit dat ‘The Ideal Crash’ meer dan een luisterbeurt nodig heeft, verontrust me wel wat: volgens statistieken luisteren mensen gemiddeld anderhalve ä twee keer naar een album dat ze gekocht hebben. Dan vraag ik me af of er wel plaats is voor een band als Deus. Je wil toch zoveel mogelijk mensen bereiken. Een mens wordt erniethoopvollerop.’

Als dit jullie debuut was zou het wel moeilijker zijn, denk ik.

Barman: ‘Daar kan ik best inkomen. ‘Worst Case Scenario’ had een hoog ‘in your face’-gehalte, terwijl The Ideal Crash’ op een subtielere manier om aandacht vraagt. Gelukkig hebben we het volste vertrouwen van de platenfirma, ook al Staat er misschien niet echt een hitsingle op. We hebben wel veel aandacht besteed aan de melodieen. Ik ben in de jaren tachtig opgegroeid met Radio Antigoon en Michael Jackson, toen was ik nog niet bezig met progres­sive rock of Sonic Youth

The Ideal Crash’ werd opgenorrien op verschalende locaties: de ICP Studios in Brussel, de Fall Out Shelter & Olympic Studios in Londen, maar ook en vooral in het Spaanse El Cortijo-San Pedro de Alcantara. Zoiets drukt toch een Stempel op een album: je hoort op de cd dat jullie niet in de groot- stadsdrukte zaten. Was het er echt allemaal zo idyllisch?

Barman: ‘Zowat alle songs zijn volledig in Ronda geschreven, waar het management van Deus is ‘ondergedoken’. Telkens als we moesten opnemen, vertrokken we naar San Pedro, twintig minuten rijden. Die studio was nog meer gei- soleerd van de buitenwereld, dus het kan niet anders dan dat je die invloed hoort. Maar eenvoudig is het niet geweest. Het opnameproces was redelijk gecompliceerd, je kan zelfs spreken van een moeilijke bevalling. Gelukkig hadden we veel aan de pracht van de natuur en de rust van de omgeving: als het allemaal wat te druk en te zenuwachtig werd, kon je je terugtrekken. Ik ben blij dat we nu pas naar het buitenland zijn getrokken. Toen we aan ‘In A Bar Under The Sea’ werkten, waren we nog niet echt een groep. Craig Ward was er net bij, Stef wist nog niet helemaal zeker of hij voltijds voor Moondog Jr. (momenteel Zita Swoon, DF) zou kiezen en het leek ons toen een goed idee om naar de Galaxy Studios in Mol af te zakken. Maar nu hadden we er een slordige honderdzestig optredens op zitten, zodat je je als groep wat zekerder voelt. We zijn er ook veel sterker uitgekomen, maar het was wel tijd dat het album af was. We zaten meer dan een half jaar in dezelfde omgeving, en zoiets leidt onvermijdelijk tot conflicted’

Kun je de drie albums met elkaar vergelijken?

Barman: ‘Volgens Eric Feldman, die ‘In A Bar Under The Sea’ produceerde, combineert ‘The Ideal Crash’ de energie van de eerste cd met de melodie van de tweede. Daar kan ik me volledig in herkennen. Ze is homogener en minder extreem, je kan zeggen dat het een album in de strikte zin van het woord is. Het gevaar was wel dat we een soort compilatie-cd van de twee vorige zouden maken, maar dat hebben we toch over heel de lijn kunnen vermijden. Dit is zonder meer het persoonlijkste album.’

Qua tekst graaft u dieper dan de twee voorgangers. En niet dat ik u meteen een pessimist wil noemen, maar u lijkt niet bepaald als een vrolij- ke Frans door het leven te huppelen.

Barman: ‘Deus is geen pessimistische band, misschien gebruiken we gewoon donkere en sinistere klankkleuren. Maar ik heb het afgelopen jaar een hectische en moeilijke tijd doorgemaakt, en dat reflecteert zieh onvermijdelijk in mijn teksten. Mijn eigen leven ging dat jaar van euforisch tot diepzwart, het leek wel alsof er geen tussenweg bestond. Maar (lacht), er is licht aan het einde van de tunnel gekomen. En ja, het is raar om die songs nu een jaar na hun ge- boorte opnieuw te beluisteren. Je krijgt een momentopname uit je leven te hören, en soms lijkt het wel of een ander personage die teksten geschreven heeft.’

Is het live niet moeilijk om telkens in het oorspronkelijke gevoel van zo’n song te kruipen? Ofben je dan een acteur?

Barman: ‘Ik probeer bepaalde zinnen op een bepaalde manier te proeven en me voor te stellen dat de woorden nog vers zijn. Maar zoiets lukt je niet altijd, en dan probeer je terug te grijpen naar gelijkaardige gevoelens die je bijvoorbeeld de dag voordien hebt meegemaakt. Het moet overtuigend klinken. Het publiek voelt dat ook aan, een groep als Deus kan niet ‘faken’ en een soort eenheidsworst

serveren. Ik kan me na een concert soms in de zevende hemel, maar ook in de diepste hei wanen. Het publiek kan je songs live ook bij- zonder sterk sturen. Een energiestoot vanuit de zaal doet voor mij wonderen.’

Opener ‘Put The Freaks Up Front’ maakt meteen duidelijk dat er heel wat Staat te gebeuren op ‘The Ideal Crash’. Hebt u nooit dat gevoel gehad als een soort ‘beauti- ful freak’ – om het met de woorden van Eels te zeggen – te moeten opboksen tegen de rest van de wereld?

Barman: ‘Niet echt, ik ben altijd behoorlijk zeker geweest van wat we in huis hadden, alleen moet je de juiste weg zoeken en aftasten. Het nummer zelf gaat over iemand die een ander uit liefde foltert. Vrij pervers, niet? Die song had eerst een lange intro met een hoog improvisatiegehalte, en eigenlijk wist ik niet goed wat ik erbij moest schrijven. Nu had Craig een foltermuseum ergens in Spanje bezocht, en hij verleide me over de ronduit siechte Engelse vertalingen die iets meer uitleg moesten geven bij die verschrikkelijke tuigen. Toen kwam bij mij de idee naar boven om iets rond folteren te schrijven, alleen moest ik het min of meer in mijn eigen leefwereld kunnen plaatsen. De titel heb ik uit een boek van Star Wars-regisseur George Lucas, die een bizarre anekdote verleide over zijn eerste experimentele film THX1823’, een soort pre-science fiction-gebeuren. In de oorspronkelijke ‘director’s cut’ verscheen op het einde een groep regelrechte freaks op het scherm, maar de filmmaatschappij heeft achter zijn rüg de hele film opnieuw gemonteerd: om het publiek warm te maken voor het verdere verhaal voerden ze die freaks al vooraan in de film op. Put the freaks up front dus, en die term wordt nu nog gebruikt als een ‘running gag’, telkens als filmbonzen zieh met het uiteindelijke resultaat gaan bemoeien. Ik vond het een leuk idee om met die titel de plaat te beginnen.’

Laten we duidelijk zijn: een ‘crash’ is het album zeker niet geworden. Deus heeft een precair evenwicht gevonden dat op de twee voorgangers enigszins ontbrak. Producer David Bottrill teken- de samen met de groep voor een organisch klinkende cd die mondjesmaat alle geheimen prijsgeeft. Opener ‘Put The Freaks Up Front’ dient zieh even als een uit de hand gelopen stoorzender aan, maar openbaart zieh al snel als een climaxsong met Sterke gitaren en opwindende blazers. Dat opentrekken van het klankbeeld tref je ook aan in ‘Sister Dew’ waarin subtiele percussie en strings een goede basis vormen voor een emotioneel en sterk zingende Barman. Ook ‘One Advice, Space’ houdt het eerder rüstig, maar heeft onderhuids genoeg spanning in zieh om je meteen de repeattoets te doen opzoeken. Een subtiele piano, een wat triphopachtige drum en ‘spooky’ toetsen zorgen voor een vreemd klankbad. Een van de prijsbeesten is ongetwijfeld The Magic Hour’, een Sterke, akoestisch klinkende song die de magie van de titel in zieh draagt. Titelnummer ‘The Ideal Crash’ werd van een bescheiden opstoot voorzien zonder ook maar een moment uit de bocht te gaan: laat u verleiden door een met kopstem zingende en zieh kwetsbaar opstellende Barman. ‘Instant Street’ lijkt aanvankelijk op een rüstig ritje door een met countrygitaren bezaaid landschap, maar on- der die heerlijke melodie schuilt het venijn in detekst. Ook ‘Magdalena’ schiet aanvankelijk beheerst en zelfs wat nai’ef uit de startblokken en bevat mooie stukken tekst als ‘One for your coming, two for your shoes, your buccaneer loving and suicide moods’. In ‘Everybody’s Weird’ en ‘Let’s See Who Goes Down First’ (met bescheiden wereldmuziekachtige percussie) plant het oude Deus zieh moeiteloos neer naast de nieuwe ‘look’. ‘Dream Sequence #1 ’ is een sterke afsluiter met lichte new wave-in-vloeden, hypnotiserende gitaren en fraai uitgewerkte koperpartijen. Kortom, Deus etaleert zieh op deze The Ideal Crash’ als een echte band met een eigen geluid. Benieuwd wat dit op het podium zal geven.

The Ideal Crash is versehenen bij Island Records. Deus Staat op I en 2 april om 20.00 uur in de Ancienne Belgique. Beide concerten zijn uitverkocht.