Geen routine, geen partituur, geen mode

Maximale emotie uit minimale middelen halen: dat is de kracht van het Antwerpse kwartet. Die Anarchistische Abendunterhaltung (DAAU), wiens tweede cd volgende week met hoge verwachtingen op de wereld wordt losgelaten. „Ons echte debuut”, zegt het Antwerpse kwartet unaniem.

Peter Vantyghem

Antwerpen, vrijdag 15 mei

DAAU-FOTO-2

Het Zuiderpershuis zit nokvol voor de voorstelling van de cd. Uit tien landen is pers overgevlogen en er zijn ook heel wat businesslui aanwezig, De muzikanten worden van fotosessie hier naar handjesschudden daar gesleurd. Accordeonist Roel Van Camp komt even gedag zeggen en wil mijn persmap graag inkijken. Ze wordt hem even gauw weer uit handen gegrist. Uitleg: ze mogen nog niet weten welk toerschema hen de komende maanden te wachten staat. Dat toerschema oogt indrukwekkend. Een theatertournee in Nederland, festivals in heel Europa, optredens in Engeland en New York als prestigieuze toetjes hun verschijning op het North Sea Jazz Festival en in Montreux. En dat is maar het begin: elke dag komen er nieuwe data bij.

DAAU

Die Anarchistische Abendunterhaltung, nu kortweg DAAU genoemd, is een prioriteit voor Sony Classical. In België geeft het label tot september niets anders meer uit om de groep helemaal te kunnen ondersteunen. Klassiek ogen Roel Van Camp (24, accordeon), Boni Lenskí (22, viool), Simon Lenskí (21, cello) en l-lan Stubbe (22, klarinet] allerminst. Ze komen op in hun dagelijkse kloffie, zonder zich veel van podiumprésence aan te nekken, wat gegeneerd door de promotionele peptalk van de nog jonge Sony België-directeur Koen Van Bockstal. DAAU was de eerste groep die hij zelf tekende en nu de release zwaar internationaal gewicht krijgt, hangt er wel wat van af.

Het concert wordt luid toegejuicht. zelfs al is de groep duidelijk nog niet klaar. Maar rond DAAU hangt een unieke melancholie, een jeugdige mengeling van gedrevenheid en onschuld, die vlug charmeert. Het mooiste moment komt op het einde. Violist Buni speelt een improvisatie. De drie anderen steunen, de gezichten naar hem gewend, met het hoofd gelijkmatig het ritme meeknikkend. Het kwartet is een lichaam geworden en ademt één harmonieuze kleur uit. Van Morrison noemde ooit een cd Nu guru, no method, no teacher. Dat is DAAU live: geen routine, geen partituur, geen mode. Muziek is leven. Een ongehoord pact tussen lichaam, emotie en de klanken van vier instrumenten.

Box, dinsdag 17 maart

Het landschap van Wiltshire koestert zich in een prille lentezon. Ik ben langs de tuinen van Zuid-Engeland gereden, heb koffie gedronken in een schilderachtig dorpje vol antiekwinkels, en belandde, even voor Bath in zicht kwam, in het kleine dorpje Box. Er zijn een paar pubs, een paar hotels en vooral het stilaan vrij bekende Realworld-domein van muzikant Peter Gabriel. Daar wordt de nieuwe cd van DAAU gemixt door multi-instrumentalist en producer Míchael Bmok. Realworld is een schattige plaats. Eigenlijk een landhuis met bijgebouwen, als een soort commune ingericht. Groene heuvels, mooie tuinen, een oase van stilte als muze voor muziek. Broek zit in een vroeger materiaalhok, even verderop bezet popgroep James de opnamestudio. „Dan Broek heeft deze locatie gekozen”, zegt Símon Lenski. „Ze is duur, maar hij moet zich goed voelen.” later legt Broek het zelf uit: hij heeft hier twee jaar gewoond. Realworid is als een thuis voor hem,Michael Brook is een grote naam in het wereldje. Hij was producer voor Khaled enYoussou N’Dour‚ nam een aantal cd’s op met Nusrat Fateh Ali Khan en vond de „infinite guitar” uit, waarmee hij rustige, atmosferische muziek maakt. Hij kende DAAU niet en was de keuze van de platenfirma. „ik heb vooraf de tapes gehoord”, vertelt hij. „Het klonk interessant, maar er moest van alles veranderen. De geprogrammeerde drums klonken statisch. Er was ook structuur nodig: het was te veel een warboel.” De keuze voor Btook is er een voor kwaliteit. Omdat hij zelf artiest is, stelt hij creativiteit voorop. DAAU vindt hij „naïef en virtuoos tegelijk. Dat is verfrissend. En ze zijn een echte band: die democratische aanpak is zeldzaam in de klassieke wereld”. Hoe hij zijn tol zier? „Ik moet vooral evenwicht brengen. De scherpte moet behouden blijven, maar toegankelijker worden. Wat draagt bij tot de energie en niet tot de verwarring? Daarin dank ik waarschijnlijk conservatiever dan hen.’ En hij gaat weer aan het werk. Er is weinig tijd naar zijn normen: in drie weken moet de klus geklaard zijn. „Maar ik kan daarmee leven. Tijdsdruk is goed voor de creativiteit. Vaak maak je dan je beste werk, omdat je niet oneindig blijft bijschaven.” De groep kijkt hem op de vingers, discussieert en zo verstrijkt de tijd. „Eigenlijk mochten we maar met twee komen”, zeggen de Anarchisten, „maar we hebben goed gezaagd”. Ze logeren in een klein huisje even verderop in Mill Street. ’s Avonds bereidt Simon Lenski roereieren met bergen look en komen flessen lokale cider op tafel. Het discussiepunt is de titel van de cd. Er passeren steeds uitbundiger de revue: Braak („niet uit te spreken”). Momentum („te artyfartjr“), Snake’s journey today („groovy“), en ten slotte Swoopwank, dat ieders goedkeuring krijgt. Ze bellen de titel door naar het antwoordapparaat van allerlei Belgen en trekken studiowaarts, op zoek naar Brooks zegen. Het is na middernacht. Box is mooi.

Box, woensdag 18 maart

In de huiskamer van het kleine huisje in Mill Street ligt de muzikale identiteit van de Anarchisten over zetels en boekenplank uitgespreid. Cd’s van Ditrich Stöefflcen, Bjòrk, Sjostakovitsj, Stan Getz vormen het meegebrachte luistervoer, maar veel meer intrigeert me de doos digitale tapes met eigen opnames. In de dagen die volgen hoor ik allerlei versies van de nieuwe nummers, maar ook een uiterst bacchanale opname van Piazzollas „Libertango”, covers van The Beatles en een eigen Nusrat-remix.

Die Anarchistische Abendunterhaltung is gegroeid uit het toeval. In mei 1992 mocht Roel Van Camp in een jeugdhuis in Hoeilaart een concert spelen en hij vroeg enkele vrienden om mee te doen. Het publiek bestond uit vier man, de groep bracht stukjes samenspel, citeerde Vivaldi en Pachelbel en besloot door te gaan. Het samenspel groeide uit improvisatie en de stukjes werden later verbonden in clusters, die in 1996 de eerste cd zouden uit-maken. De plaat trok aan, riep vragen op en verleidde de industrie. Alle vier zijn ze klassiek geschoold, maar het zijn aparte accenten die voor de eigenheid zorgden. Roel volgde een jeugdmuziekschool die hem „er later steeds aan herinnerde dat muziek maken een plezier kan zijn”. Simon Lenski werd vanaf zijn elfde vooral door zijn moeder, een Hongaarse celliste, onderwezen, Zijn broer Buni kon al heel jong viool spelen en ontdekte rock pas op zijn vijftiende. Bij Han thuis waren wel veel platen en uit zijn liefde voor The Doors haalde hij het idee dat vooral expressie belangrijk is.

Ongetwijfeld is de groep een voorloper op een trend die in heel Europa groeit. Niet langer de elektrische gitaar is het instrument van eigentijdse tegencultuur en niet langer de rockmuziek is de taal ervan. DAAU leerde de techniek in de muziekschool, maar de lokroep van het vrije samenspelen was dermate sterk dat alle leden hun studies afbraken toen het publiek dat spel duidelijk ging waarderen. Roel: „Het is heel moeilijk om urenlang op de schoolbanken te zitten en ook muzikant te zijn.”

We zitten, middag ondertussen, in het salon van Realworld en Michael Brook is binnengekomen. De producer stelt „less anarchy” voor. Hij heeft de groep, zo blijkt, de vorige nacht om „any ideas?” gevraagd en er minstens 400 over hem heen gekregen. Het zal allemaal een beetje minder chaotisch moeten, vindt hij. Klankman Phil Evans interpreteert: „Het is niet omdat je alles kan gebruiken dat je dat ook moet doen.” De groep knikt. De afspraak wordt gemaakt: zij blijven uit de weg van Brook en Broek blijft weg uit de muziek. Zo democratisch kan anarchie werken.

Box, donderdag 19 maart

Swoopwank is door het front in België volkomen ongeschikt verklaard en de groep begint zich te vervelen. Roel wint een partijtje pingpong (en een pint) tegen de kok en we besluiten ‘s avonds naar Bath te gaan. Vreemde situatie. negen maanden hebben de musici met de muziek geleefd en nu is een vreemdeling bezig alles op zijn plaats te zetten. „We hadden het natuurlijk zelf kunnen afwerken, en sneller en goedkoper”, zegt Han. „Maar we leven al zolang met dit materiaal. Een blik van buiten was nodig.”

Het „meesterplan” van de nieuwe cd begon met de komst van de Britse klankman Phil Evans. Hij is een dance-producer uit Leeds, die in Vlaanderen belandde en bij DAAU- management Musickness een job vond als vaste geluidsman van de groep.

“DAAU wilde in rockzalen kunnen optreden en met hun klank was dat een probleem. En ze wilden met elektronische klank experimenteren. Mijn rol is dus hun lange improvisaties meer te structureren. Ik heb daar een simpele kijk op: of het is zool, of het is niks.”

De opnames verliepen volgens een vooraf uitgedokterd plan. Eerst oefenen me: de nieuwe apparatuur in Antwerpen. Daaraan in september 1997, naar la Caruna om weer akoestisch te leren spelen. In oktober betrokken ze de nieuwe Musicknessstudio in Ronda, voor elektroakoestische opnames. Het plan schikte zich soms naar de omstandigheden: in Madrid speelden ze een week lang in de chill-out ruimte van een discotheek. “Daar ben ik van de beats doordrongen”, zegt Buni. Het nummer „Gin & Tonic” kreeg daar zijn finale plooi.

„Het verschil met vroeger is dat die effecten die we nu gebruiken, meer toelaten”, zegt Roel. „DAAU kon vroeger niet hard spelen, dus moesten we sneller en heviger spelen om op te vallen, Met de effecten moest je plots veel minder doen dan vroeger. Het is een heel andere manier van samenspelen ook. In het begin kregen we natuurlijk veel feedback, speelden we te zacht of te hard. Het ging erom de effectendoos te leren gebruiken, Maar nu kunnen we zoveel: een cello kan nu als een bas klinken.” Het wordt stilaan duidelijk waarom ze met zijn vieren naar Realworld wilden komen. In het mixproces moet eigenlijk ook worden gekozen. Van de meeste nummers bestaan versies in verschillende kleuren en de groep heeft zelf duidelijke ideeën over wanneer welke opname te gebruiken. Simon: „iedereen dacht dat wij maar aan repeteerden om dan in Ronda echt op te nemen, maar wij wisten dat ook andere opnames, bij voorbeeld in een kerkje in La Corona, gebruikt zouden worden. Michael Broek heeft dat ook pas hier ontdekt.“

‘s Avonds in Bath gaan we eten in Pierre Victoire, een tip van Michael Brook. Te veel dagen brood en roereieren worden weggespoeld, de groep vertelt het verhaal achter elke song op de cd en blijft zoeken naar een titel —Snake’s journey today is nu de favoriet. Roel bekent tussen hoofdschotel en dessen zijn ambities voor zijn instrument. Het accordeon heeft te weinig standing, vindt hij. Er is geen solorepertoire en wie kent nu een echte artiest op accordeon? Piazzolla, opper ik? Hij snuift: „Dat is een bandoneonist!” Ook juist.

Antwerpen, vrijdag 15 mei

De pers voorstelling is bijna afgelopen en de groep, en al wie erbij betrokken is, keuvelt na op het terras van het Zuiderpershuis. Torn Vekemans van Musickness erkent dat de respons op DAAU nu wel heel belangrijk is voor het management, dat ook Evil Superstars, dEUS en Rudy Trouvé begeleidt. Stefaan Vercammen, die de hoes ontwierp, beklaagt zich erover dat de kalligrafie van de DAAU-letters zijn ontwerp bederft, maar wanneer hij verneemt dat Sony Classical maar heel zelden in vierkleurendruk werkt, is hij alweer gepaaid. De avond is warmen belooft lang te worden en iedereen drinkt op de toekomst.

we-need-new-animals-DAAU

De titel is uiteindelijk We need new animals geworden.

Cd: Sony Classical, SK 60674.