De Antwerpse idealisten van Musickness!

De Antwerpse idealisten van Musickness!

De naam Mu­sickness is een idee van Tom Barman: music, sickness en busi­ness. Dat is ook de samenvatting van hoe het er in het begin bij ons aan toe ging. We beschikten over een ongebreideld enthou­siasme. We sloegen België over.” Aan het woord is Filip Eyckmans (33), zaakvoer­der van de

Filip

Antwerpse firma die o.a. het management verzorgt van dEUS, DAAU en Dead Man Ray.

dead_man_ray-berchem

“Neen, het is nooit de bedoeling geweest om een managements-bureau te worden. We wilden gewoon volle bak concerten organiseren. We begonnen in een klein café maar van het één kwam het ander…” Nu werken ze er met z’n vijven. Eerstvolgende grote project: de nieuwe dEUS-cd, gepland voor eind maart.

JACK & JOHNNY

Eyckmans: “Ik kende Tommy [Barman] van op school. Op een bepaald moment had ik wat geld verdiend met een vakan­tiejob. Ik wilde het graag investeren in een demo. Voor ik een poosje naar het buiten­land trok, vroeg ik Tommy of hij het zag zitten om een demo op te nemen. Omdat hij enthousiast was, haalde ik mijn beste vriend, Christian Pierre [nu verantwoor­delijk bij Musickness voor de deals met advo­caten en platenfirma’s erbij. Ik vond hem bereid om dEUS tijdens mijn afwezigheid te begeleiden. Toen ik in ’93 terug thuis­kwam is ZEA, hun eerste ep’tje, versche­nen op ons huislabel Jack & Johnny. Daarop lieten we onze groepen platen releasen voor ze een contract versierd hadden.” Later zouden ook Moondog Pzu Zita Swoon en Die Anarchistische Abendunterhaltung (DAAU) er hun eerste plaat op uit­brengen. We schrij­ven Belgische rock­geschiedenis.”Jack & Johnny, dat waren Christian en ik. Twee idealisten. Ik was Johnny, omdat iedereen mij een John noemde. Christian sprak men aan met Jack, naar Jacky een gevaar op de openbare weg.

Officieel waren we beiden nog aan het studeren toen we ZEA uitbrachten. Om geen huur te moeten betalen verbleven we een tijdje in lege fabriekspanden. Later hebben we een bvba opgericht en zijn we verhuisd naar een optrekje op de buiten, in Zwijndrecht.” Daar bevindt zich na jaren ploeterwerk nog steeds het hoofdkwartier van de bvba Musickness.

OPBOKSEN TEGEN DE ANGELSAKSISCHE CULTUUR

“Zonder de steun van mijn ouders en die van Christian, die veel privé-kapitaal in ons pompten, zou Musickness al lang niet meer bestaan,” geeft Eyckmans onomwon­den toe. “En dat is voor ons heel moeilijk om te aanvaarden. Al vanaf dag één werken wij hier voor onvoor­stelbare poeplonen. Onder het mom van idealisme… dat stille­tjes aan aan het weg­deemsteren is.”

Musickness heeft het nog steeds moeilijk, en dat zal waarschijnlijk altijd wel zo blij­ven. Eyckmans haalt hier twee belangrijke redenen voor aan: 1. de kleine thuismarkt en 2. de ongelijke strijd tegen de Angel­saksische cultuur. “Wij kunnen in tegenstelling tot het Franse Noir Désir of d Duitsers van Die Toten Hosen een pal moeilijker 500.000 platen in ons moeder land verkopen. Daar komt nog bij dat wij van onze groepen niet willen overboeken: van de 300 concert-aanvragen voor dEUS laten we er misschien 4 plaatsvinden.

In het buitenland moeten we dan weer optornen tegen de Angelsaksische menta­liteit. Een Engelsman komt nu eenmaal veel minder vlug uit zijn kot om een groep uit België te gaan bekijken dan voor het zoveelste Britpopgroepje. Op het Europese vasteland staan we met dEUS veel sterker. De laatste keer in Athene kwamen er 3500 toeschouwers opdagen, ook in Portugal en Israël scoren we aar­dig. Je merkt het: jammer genoeg vrij klei­ne markten.”

Ten huize Musickness werd vooral de pro­motie voor ‘IN A BAR UNDER THE SEA’, de vorige dEUS-cd, als een grote ontgooche­ling ervaren. “Er zat veel meer in,” blikt Eyckmans terug. “Dat heeft ons zo gedes­illusioneerd dat wij het woord ‘hit’ niet meer in de mond durven nemen, alhoewel ik er zeker van ben dat de nieuwe dEUS een aantal klassiekers in spe bevat.”

Vooral het dEUS- avontuur in Amerika draaide uit op een sisser. De vergelijking qua verkoop en naambekendheid met andere Europese acts als Die Toten Hosen, Noir Désir of Bettie Serveert, doorstaan de Antwerpenaren er met bravoure. “Maar vergelijk ons niet met een rockgroep als Eels, want dan staan we nergens,” klinkt het bitter. “Een bijkomend probleem bestaat erin dat radiomensen in heel Europa nog steeds enorm beïnvloed worden door wat er zich in Engeland en Amerika afspeelt. Maar ik mag het ook niet alleen op de pers steken. Sommige gebeurtenissen blijven onverklaarbaar. Ooit verzorgde het Britse Reef ons voorprogramma; twee maanden later verkochten zij plots een miljoen platen. Placebo, net hetzelfde verhaal. We stonden op dezelfde bill, maar ineens scoren zij een gigantische hit met “Nancy Boy” en worden wij op de affiche gedegradeerd tot special guest. Dat is keihard.” Een mens kan zich inderdaad afvragen waarom “Nancy Boy” in de charts opduikt, en een catchy tune als “Little Arithmetics” niet.

SUBSIDIES EN POEPLONEN

“Waar we met dEUS nog enigszins konden opboksen tegen die Angelsaksische cultuur, moeten we het met de Anarchisten (DAAU) en de [intussen, gesplitte Evil Superstars al bij voorbaat afleggen. Maar maakt Jon Spencer een plaat zoals de Superstars, dan vindt iedereen het fantastisch. De Superstars hadden hun creatieve eindpunt nog lang niet bereikt, maar de praktische middelen ontbraken. Hetzelfde doemscenario ziet Eyckmans opduiken bij DAAU: “Zij hebben een goede plaat gemaakt, maar blijkbaar lukt het ook hen niet om iets te forceren.” Tot voor kort lag ook Rudy Trouvé bij Musickness onder contract: “Die is er onlangs afgevallen. Een pijnlijke zaak, hoor. Te verlieslatend… Weet je: Musickness is het perfecte voorbeeld van een bedrijf dat niet commercieel is en gesubsidieerd zou moeten worden. Wat dEUS betreft, is het al eens gelukt Musickness ontving in het kader van zijn Cultureel Ambassadeurschap twee jaar geleden reeds een cheque van 2 miljoen van de Vlaamse overheid], maar voor Evil Superstars hadden we ook een aanvraag ingediend en die is niet aanvaard, terwijl zij het veel meer nodig hadden.” Voor de dEUS in het Spaanse ‘buitenverblijf’ van Musickness: in a bar under the sun.

Anarchisten noemt Eyckmans subsidies in de toekomst zelfs vitaal. Wordt het een njet, dan kunnen die gasten nog eenmaal in België spelen, maar daarna kunnen we de boeken sluiten. Die jongens leven net als wij van lonen tussen de 20.000 en 30.000 frank per maand. Hun tournee in het voorprogramma van 16 Horsepower leverde 60.000 frank op, maar kostte ons 650.000 frank. Het rekensommetje hoef ik er niet bij te maken, zeker?”

dEUS & OPIUM

Er is ook nog goed nieuws: Island, het label dat dEUS internationaal verdeelt, vindt de nieuwe plaat uitstekend. In eigen land ligt dEUS sinds kort onder contract bij PolyGram dat de groep overnam van het kleinere platenlabel Bang! (dat voorlopig aan heel het dEUS-verhaal de meeste centen verdiende): “Ik heb er veel vertrouwen in. We bevinden ons nu in de dezelfde platenstal als Günther Neefs en Opium. Dat is eens wat anders dan PJ Harvey en Tricky natuurlijk (lacht)” “De bedrijfsfilosofie van Musickness? Vriendschap, denk ik. Zonder zou het ons nooit zijn gelukt. En teamgeest. Ik denk dat we, in vergelijking met de groepen waar we mee samenwerken, zelf de meest hechte groep zijn.” Je kan je de vraag stellen of de oplossing voor hun kopbrekens niet ligt in het tekenen van een commerciële act. “Dat zegt iedereen, maar ik kan mij niet inbeelden dat ik aan de ene kant met VTM moet bellen en aan de andere kant de coole moet uithangen met dEUS. Je kan dat niet zonder aan integriteit in te boeten. Er bestaan waarschijnlijk mensen, vooral bij platenfirma’s, die dat kunnen, maar daarom vind ik hen ook allemaal zo glad. Mijn moeder vraagt dat ook altijd: kunt ge nu eens niet iets doen dat opbrengt? Dan antwoord ik meestal: Ja, maar we staan toch weeral in de gazet… Geef nog eens 1000 frank.”

Bron: Teek magazine Februari 1999